“Wat gaan we doen vandaag, meneer? We hebben toch mentorles?”
Tom kijkt zijn klas rond terwijl zijn laatste mentorleerlingen van 2 havo hun plek opzoeken. Het is zo’n ochtend waarop iedereen er wel is, maar nog niet helemaal. Jassen hangen half over stoelen, een paar leerlingen zitten nog snel iets af te maken en achterin wordt gelachen om iets op een telefoon.
Op zijn bureau ligt een stapeltje kaartjes. Hij heeft ze gisteravond geschreven, tussen het nakijken van toetsen door. Het kostte meer tijd dan hij had gedacht, omdat hij merkte dat hij het goed wilde doen. Niet iets algemeens, maar iets dat echt klopte.
“Vandaag doen we iets anders,” zegt hij en dat is genoeg om meteen de aandacht te krijgen.
“Ik heb voor ieder van jullie een complimentenkaartje, omdat het gisteren Nationale Complimentendag was en ik me toen realiseerde dat ik vaak dingen denk, maar ze niet altijd uitspreek naar jullie.”
Hij loopt langs de tafels en legt bij iedere leerling een kaartje neer. De reacties zijn precies wat je kunt verwachten bij veertienjarigen. Nieuwsgierige blikken, een paar voorzichtige glimlachen, maar ook leerlingen die doen alsof het ze niets kan schelen, totdat ze beginnen te lezen.
Milan is de eerste die iets zegt. “U schrijft dat ik altijd door blijf gaan, ook als ik het moeilijk vind.” Hij zegt het op een toon alsof hij niet zeker weet of het wel over hem gaat.
“Ja,” zegt Tom. “Dat zie ik in de les. Je geeft niet snel op.”
Milan knikt langzaam. Het is geen groot gebaar, maar zijn houding verandert net een beetje.
Aan de andere kant van het lokaal leest Aisha haar kaartje nog een keer. “Hier staat dat ik ervoor zorg dat anderen zich welkom voelen. Maar dat vind ik normaal.”
“Precies,” zegt Tom. “En dat maakt verschil. Alleen zeggen we dat niet altijd tegen elkaar.”
Wat er daarna gebeurt, had hij niet verwacht.
Sara steekt haar hand op. “Mogen wij ook complimenten geven?”
Tom aarzelt even, omdat hij een mentorles over leren had gepland, maar reageerde al snel met. “Natuurlijk!”
Sara draait zich naar haar buurvrouw. “Lot, jij helpt mij echt altijd met wiskunde. Zonder jou had ik het al lang opgegeven.”
Lotte moet lachen, een beetje ongemakkelijk. “Ja, maar jij helpt mij met Engels.”
Langzaam volgen er meer. Kleine opmerkingen, soms aarzelend uitgesproken, maar gemeend. Leerlingen die elkaar aankijken op een manier die Tom niet vaak ziet tijdens een gewone les. De sfeer in het lokaal verandert en zo’n maandagmorgen had Tom nog niet eerder gehad dit schooljaar. Er is zichtbaar meer aandacht voor elkaar.
Na de bel blijft Aisha nog even staan bij zijn bureau. “Meneer, mag ik het kaartje houden?”. “Natuurlijk,” zegt hij. “Dan stop ik hem in mijn kluis. Voor als ik een rotdag heb.”
Als ze weg is, blijft Tom nog even zitten. Hij denkt aan hoe eenvoudig het eigenlijk was. Geen ingewikkelde werkvorm, geen uitgebreide voorbereiding. Alleen de moeite nemen om onder woorden te brengen wat hij al zag.
Over een aantal weken gaat hij de lege kaartjes uitdelen aan de leerlingen en mogen ze een kaartje voor elkaar schrijven.
Als mentor is hij gewend om leerlingen te corrigeren, te sturen en te motiveren. Maar vandaag werd hij er opnieuw aan herinnerd hoe krachtig het is om iets positiefs expliciet te maken.
Niet groots of overdreven, gewoon gezien worden.
Op 1 maart, Nationale Complimentendag, ligt die kans er voor iedere docent. Met een klein gebaar kun je iets in gang zetten dat groter is dan je vooraf kunt bedenken.
Wil je dit ook doen met jouw klas? Via deze link kun je gratis lege complimentenkaartjes downloaden en printen.
Soms is dat alles wat nodig is. Eén kaartje. Eén oprechte zin. Eén moment waarop een leerling voelt: mijn mentor ziet mij echt.
Omgaan met elkaar, groepsdynamiek en sociale vaardigheden zijn een belangrijk onderdeel van de all-in one mentormethode Studielift123. Eén set boeken voor alle leerjaren, inclusief doorlopende leerlijnen. Kijk gerust op de website en stuur me een berichtje als je meer informatie wilt.
Annemieke Groeneveld

Laat een bericht achter